- LAPP productielocatie vervaardigd volgens DIN ISO 9001/9002
- LAPP productieproces in overeenstemming met de ATEX-richtlijn
ATEX
Het idee van een explosie doet ons huiveren. Het gewicht en de maat van de vernietiging van een chemische kettingreactie in industriële installaties kunnen immens zijn. Vooral in chemische fabrieken of benzinestations waar brandstoffen worden gegenereerd en gevuld, of bij de productie van suiker en bloem zijn (theoretisch) gas- of stofexplosies van gigantische omvang denkbaar. U als installateur en exploitant van installaties in explosiegevaarlijke omgevingen heeft dus gecertificeerde producten nodig, die qua eigenschappen voldoen aan de normen die voor het voorkomen van ongevallen zijn vastgesteld. Ontdek hieronder wat de ATEX-richtlijn zegt over wat explosiegevaarlijke gas- en stofatmosferen zijn, hoe de explosiebeveiliging van apparaten eruit kan zien en hoe een ATEX-certificering wordt verleend.
Waar staat ATEX voor en wat betekent het?
De afkorting ATEX staat voor de Franse afkorting "ATmosphères EXplosibles", oftewel explosieve atmosferen. ATEX is de vereenvoudigde benaming voor de productrichtlijn 2014/34/EU van het Europees Parlement en de Raad betreffende het in de handel brengen van alle apparaten en beveiligingssystemen in explosiegevaarlijke omgevingen. Deze richt zich tot fabrikanten, importeurs en gebruikers van dergelijke bedrijfsmiddelen. De huidige richtlijn is aangenomen op 26 februari 2014, geldt voor de hele Europese Economische Ruimte en is in de hele EU omgezet in nationale wetgeving.
Opmerking: De oudere, maar nog steeds geldige, richtlijn 1999/92/EG inzake de veiligheid van werknemers op plaatsen waar ontploffingsgevaar kan heersen wordt ook wel de ATEX-richtlijn genoemd, maar wordt door LAPP als productfabrikant slechts als secundair beschouwd.
Wat zijn explosiegevaarlijke omgevingen?
Volgens de richtlijn zijn potentieel explosieve gebieden of Ex-gebieden “gebieden waar de atmosfeer explosief kan worden als gevolg van lokale en operationele omstandigheden”.
Wat heeft LAPP met de explosiebeveiliging te maken?
Als fabrikant van kabels, draden, kabelwartels, connectoren en andere systeemcomponenten voor elektrische apparaten, machines en systemen moet LAPP er te allen tijde voor zorgen dat de producten die op de markt worden gebracht, voldoen aan de voorschriften die van toepassing zijn op de toepassing.
In gebieden met explosiegevaar geldt het principe van de hoogste risicominimalisatie
Overigens:
Kabels en snoeren vallen NIET onder de ATEX-richtlijn. Er vindt daarom ook geen certificering plaats. De planning, selectie en het gebruik van kabels in explosiegevaarlijke omgevingen is de taak van de bouwers van de installatie.
Voordat we u uitleggen welke ATEX-certificaten er in het algemeen en voor ons gebied van kabelwartels bestaan en wat deze zeggen, gaat u terug naar het uitgangspunt:
Wat is explosiebeveiliging?
In principe:
Een ATEX-certificaat is vereist wanneer apparaten worden gebruikt in een omgeving met ontploffingsgevaar.
We houden ons aan het volgende:
De ATEX-richtlijn definieert hoe het op de markt brengen van APPARATEN EN BEVEILIGINGSSYSTEMEN voor gebieden met ontploffingsgevaar eruit moet zien. Deze voorziet bovendien in: "Apparaten en beveiligingssystemen moeten met geschikte invoeren (kabelwartels, aantekening d. red.) voor kabels en draden zijn uitgerust". Kabelwartels worden dus beschouwd als componenten en mogen in explosiegevaarlijke omgevingen geen ontstekingsbron voor mogelijke explosies vormen resp. aan een ontstekingsbron bijdragen.
Wat is explosiebeveiliging?
Simpel gezegd: tot de explosiebeveiliging (Ex-beveiliging) behoren alle maatregelen die het risico van het ontstaan en de ontsteking van een explosieve atmosfeer tot een minimum beperken resp. absoluut voorkomen. De explosieve atmosfeer is volgens de richtlijn "een mengsel van lucht en brandbare gassen, dampen, nevel of stof onder atmosferische omstandigheden waarin het verbrandingsproces na een succesvolle ontsteking op het gehele niet-verbrande mengsel wordt overgedragen"
Wanneer en hoe kan er een explosie optreden?
Gassen (ook dampen en nevel) en stof zijn stoffen die in combinatie met zuurstof en een ontstekingsbron snel kunnen ontvlammen, mits alle componenten in voldoende hoeveelheid en gedurende een bepaalde periode gelijktijdig voorkomen. Als ontstekingsbron gelden in het algemeen hitte, een open vuur, maar ook vonken. Zuurstof zit met bijna 21 % in voldoende concentratie ook in de lucht die we inademen.
Wanneer de vereiste ontstekingsenergie en ontstekingstemperatuur worden bereikt, vindt er een explosie plaats. Als gassen ontsteken, is het een gasexplosie; als stof ontsteekt, vindt er een stofexplosie plaats.
Hoe worden Ex-omgevingen in de ATEX-richtlijn onderscheiden?
De ATEX-richtlijn verdeelt de Ex-omgeving fundamenteel in twee grote Ex-zones:
- GAS-zones (ontvlambaar materiaal: gas)
- STOF-zones (ontvlambaar materiaal: stof)
Zowel gas- als stofzones worden onderverdeeld in verdere subzones, afhankelijk van hoe vaak en voor welke duur er explosieve gas- of stofatmosferen kunnen voorkomen.
| Ontvlambaar materiaal | Zone-indeling | De explosieve atmosferen… |
|---|---|---|
| Gas | Zone 0 | is permanent, langdurig of vaak aanwezig |
| Zone 1 | komt soms voor | |
| Zone 2 | komt waarschijnlijk niet voor, en als dat zo is dan slechts zelden of kortstondig | |
| Stof | Zone 20 | is permanent, langdurig of vaak aanwezig |
| Zone 21 | komt soms voor | |
| Zone 22 | komt door opgeblazen stof waarschijnlijk niet voor of slechts zelden/kortstondig |
Apparaten waarvan het in de handel brengen door de ATEX-richtlijn moet worden geregeld, worden op hun beurt in twee apparaatgroepen onderverdeeld:
- Apparaatgroep I: apparaten voor gebruik in de mijnbouw of boven- of ondergrondse activiteiten
- Apparaatgroep II: apparaten voor gebruik in explosiegevaarlijke stof- en gasatmosferen
Er zijn verschillende apparaatcategorieën binnen de apparaatgroepen waaraan de apparaten van de fabrikant moeten worden toegewezen. Ook in de apparaatcategorie speelt de frequentie van het ontstaan en de duur van de explosieve gas- of stofatmosfeer een doorslaggevende rol. Op basis van het gevarenniveau worden de vereiste veiligheidseisen van de apparaten bepaald.
Vergelijking:
Een apparaat uit apparaatgroep II, apparaatcategorie 1 moet een zeer hoge mate van veiligheid garanderen en is bestemd voor gebieden "waar een explosieve atmosfeer (...) permanent of langdurig of vaak aanwezig is". Ook bij storingen van het apparaat of fouttoestanden die zelden voorkomen, moet de vereiste mate van veiligheid door het apparaat worden gegarandeerd.
Een apparaat uit apparaatgroep II, apparaatcategorie 2 moet een hoge mate van veiligheid garanderen en is bestemd voor gebieden waar "een explosieve atmosfeer (...) incidenteel voorkomt". Bij storingen van het apparaat of fouttoestanden die vaak voorkomen, moet de vereiste mate van veiligheid door het apparaat worden gegarandeerd.
Voorkomen van gaszones
Voorkomen van stofzones
Stofzones komen overal voor waar meel, granen, fluor, aluminium en stof in het algemeen voorkomen: in molens, maalinstallaties, industriële drogers, menginstallaties, transportleidingen voor bv. granen, silo's waarin fermentatie plaatsvindt door stof en gassen, enz.
Welke constructie-eisen gelden voor de in Ex-zones gebruikte producten?
Terwijl veiligheidseisen voor apparaten en beveiligingssystemen door de ATEX-richtlijn worden gedekt, worden de constructie-eisen voor apparaten en beveiligingssystemen door de zogenoemde ontstekingssoorten bepaald. Afhankelijk van het beveiligingsprincipe moet
- worden gegarandeerd dat er geen ontstekingsbron kan optreden,
- worden voorkomen dat een ontstekingsbron kan ontstaan,
- worden voorkomen dat de explosieve atmosfeer de ontstekingsbron bereikt,
- door een behuizing worden gegarandeerd dat de explosie zich niet verspreidt.
Er wordt een onderscheid gemaakt tussen ontstekingsbeveiligingssoorten voor gas- en stofatmosferen en voor elektrische en niet-elektrische bedrijfsmiddelen. De soorten ontstekingsbeveiliging worden in de meerdelige EN IEC 60079 beschreven. Bij LAPP vindt u producten van de ontstekingsbeveiligingssoorten "e" verhoogde veiligheid.
Wat zegt een ATEX-certificering?
Een ATEX-certificering kan door een erkende keuringsinstantie worden afgegeven, die de explosiebeveiliging van een elektrisch of niet-elektrisch apparaat voor een apparaatcategorie controleert. Na de uitgevoerde conformiteitsbeoordelingsprocedure wordt een ATEX-certificering afgegeven, die de toepassing van het product in een bepaalde explosiegevaarlijke omgevingen toestaat.
Actieplan:
- De fabrikant bepaalt het soort ontstekingsbeveiliging en daarmee de constructie-eisen voor zijn product.
- Een keuringsinstantie controleert of het product voldoet aan de veiligheidseisen van de ATEX-richtlijn.
- De fabrikant ontvangt een ATEX-certificaat en mag zijn product op de markt brengen.
Met deze ATEX-producten kan LAPP u ondersteunen
Zo vindt u ATEX-producten bij LAPP
Binnen het kabelwartelbereik vindt u ATEX-gecertificeerde producten door gebruik te maken van onze slimme productfilters. Onze kabelwartels behoren tot apparaatgroep II en kunnen, met uitzondering van zone 0, in alle Ex-omgevingen worden gebruikt.
Overigens: onze kabelwartels zijn niet alleen in overeenstemming met de ATEX-richtlijn, maar ook IECEx-gecertificeerd volgens IEC 60079 en dus internationaal toepasbaar.
Hoe u de certificeringen van onze producten interpreteert
In het gedownload gedeelte van het betreffende product vindt u het EU-certificaat van typekeuring en het IECEx-certificaat voor het product en kunt u in deze documenten de gecertificeerde ATEX-productmarkering vinden.
Toelichting bij het voorbeeld van de SKINTOP® MS-A ATEX
| II 2G EX eb IIC Gb | II 1D Ex ta IIIC Da |
|---|---|
| II = apparaatgroep II | II = apparaatgroep II |
| 2G = apparaatcategorie gas, incidenteel optreden van een Ex-atmosfeer, hoge veiligheidseisen aan het product | 1D = apparaatcategorie stof, permanent optreden van een Ex-atmosfeer, zeer hoge veiligheidseisen aan het product |
| Ex eb = ontstekingsbeveiliging "verhoogde veiligheid | Ex ta = "beschermd door behuizing" ontstekingsbeveiligingstype |
| IIC = explosiegroep, ook voor gassen met lage ontstekingsenergie, zoals bijv. waterstof | IIIC = = explosiegroep, ook voor zeer gevaarlijke stofgroepen |
| Gb = = beveiligingsniveau van het apparaat voor gas, komt overeen met zone I | Da = = beveiligingsniveau van het apparaat voor stof, komt overeen met zone 20 |